Gerardus Rohof voor de winkel aan de Grotestraat

Rohofs in Almelo handelen al vier generaties in schoenen

Al vier generaties lang handelen de Rohofs in schoenen. In het begin werd daar een borrel bij geschonken, want de zaak aan de Hagengracht was ooit een kroeg, bezocht door turfschippers. 138 jaar later is de grote vraag wie de huidige eigenaren Frits en Mary Rohof op termijn zal opvolgen. 

„We hebben drie dochters. De oudste is orthodontist, de middelste zit in de textielmode en de jongste heeft bouwkunde gedaan en wil architect worden. Maar als ik roep ‘Wie gaat er mee naar Düsseldorf?’, naar de schoenenbeurs, dan zit de auto meteen vol. En dat kan heel handig zijn als je een dochter hebt met een pasmaat, een maatje 37.” Frits Rohof is 61 jaar en zijn echtgenote Mary 62. Ze zullen op termijn de zaak overdragen. „Een opvolger vinden, is niet eenvoudig, maar ook niet onmogelijk”, zegt Frits.

Frits Rohof is in 1982 bij zijn vader in de winkel begonnen. Van alle Rohofs heeft hij het meest geleerd over de productie van schoenen. „Na mijn diensttijd kocht ik een tweedehands autootje en vertrok ik naar Italië om bij  schoenfabrikant Marilungo een half jaar stage te lopen. Ik draaide met modelleurs mee, bezocht de leerlooiers in een Toscaans dorp en verkocht schoenen op de beurs. Daarna heb ik een tijd in het Zuid-Duitse Stuttgart gewerkt bij Schuh Graf, een groot schoenenhuis. Daarna volgde Dinslaken in het Ruhrgebied, een bedrijf met honderd man personeel. Het was begin jaren 80 en de kledingindustrie liep als een speer. Maar na een paar jaar in het buitenland vond pa dat ik maar eens thuis aan de slag moest.”

VERASSEN

Sinds 1894 zit de zaak aan de Grotestraat Noord. Jan Rohof, de vader van Frits, neemt de onderneming na de oorlog over en maakt in de jaren 80 een fikse groei door. Een tweede pand wordt aangekocht en gebruikt voor de verkoop van kinderschoenen. De nieuwe winkel krijgt als naam ‘De Rohofjes’. „Mijn vader was ervan overtuigd dat Almelo binnen enkele jaren een paar honderdduizend inwoners zou hebben. Expansie was het toverwoord. Elke tien jaar werd er weer verbouwd. Maar in de loop der tijd is er het een en ander veranderd. Je kreeg de concurrentie van goedkope ketens, zoals Scapino. En nu heb je dat vreselijke internet. Als fysieke winkel moeten wij een half jaar van te voren inkopen en dat voorfinancieren. En ik koop voor Almelo, voor mijn klanten schoenen. Niet voor de hele wereld. We hebben wel een kleine webshop omdat het me anders omzet kost. Maar het is niet waar ons hart ligt.”

Dat ‘hart’ klopt bij Frits en Mary sneller als ze een klant kunnen verrassen met een nieuw merk, een nieuwe schoen. Of als Frits een schoen kan uitkloppen, die knelt bij de drager. „Ik doe de klanten altijd nog zelf de schoenen aan. Zo kan ik voelen of de pasvorm goed is. Elke voet is anders. Soms zit de schoen te strak bij de hak. Daar krijgt iemand binnen de kortste keren last van. Ik pak dan mijn hamertje en klop de schoen uit.” Voor deze ‘service’ is in de winkel een hoek ingericht met antiek schoenmakerswerktuig en dito werkbank. „De spullen stonden in de kelder en één van mijn dochters zei ‘die moet je boven neerzetten. Dat vinden de mensen leuk’. En ze had gelijk.”

ONDERSCHEIDEN

De ontwikkelingen door de jaren heen maken dat Mary en Frits hun koers wijzigen. „Je moet keuzes maken, je kan niet alles blijven verkopen. We hebben veertig jaar lang kinderschoenen verkocht. Daar zijn we mee gestopt. Ook comfortschoenen hebben we afgestoten. In plaats daarvan zijn we ons gaan profileren met de fashion schoenen. Nu vind je bij ons designer schoenen die je elders in de omgeving niet aantreft. Mary speurt daarnaar op de grote beurzen in Antwerpen, Milaan en Düsseldorf.” Op de vraag of dat niet de droom van iedere vrouw is, reageert ze met een meewarige glimlach: „Het lijkt mooier dan het is. Je koopt tenslotte voor een ander in, hè? Er gaan heel wat kilometers in zitten. Maar het is de moeite dubbel en dwars waard. Er zijn klanten die de merken zoeken, de winkel daarop selecteren. Op die manier kunnen we ons onderscheiden. Met mooie merken.”